Leven in een klooster

Verslag van het debat met Suzanne van der Schot op 10 januari 2008

Tijdens het tweede debat van dit seizoen was Suzanne van der Schot, docent en schrijfster, te gast in de Hillegondakerk. Mede naar aanleiding van haar boek “Moelijk te geloven. Leven in een klooster in Parijs” spraken we met haar over het kloosterleven en de betekenis daarvan voor het geloof, maar ook voor de samenleving.

De avond startte met een muzikale bijdrage. We luisterden naar Mozarts “Eine kleine Nachtmusik”, ten gehore gebracht door een fluitensemble. Na de inleiding van Ds. Van der Linde was het woord aan Van der Schot. Allereerst vertelde ze iets over haar achtergrond en haar beweegredenen om in een klooster te gaan wonen. Van der Schot maakte duidelijk dat ze niet gelovig werd opgevoed. Echter, op een zeker moment ging ze met een vriend mee naar een Katholieke mis. Ze werd onwillekeurig gegrepen door wat daar plaatsvond. “Hier is iets aan de hand, een geheim waarvan al deze mensen weten wat het inhoudt, maar ik niet. Er gebeurt iets dat helemaal losstaat van het dagelijkse leven, maar er tegelijk ook weer alles mee te maken heeft.” Het was voor haar een openbaring dat het er weliswaar over God ging, maar totaal anders dan ze had gedacht. Geloven associeerde ze met zelfverzekerdheid, betweterigheid of zweverig gedoe, aldus Van der Schot. Dat bleek anders te zijn. De kerk bleek een plek te zijn waar fundamentele vragen, bijvoorbeeld naar het bestaan van God, gesteld kunnen worden, zonder dat direct een antwoord wordt gegeven. Zo raakte ze er steeds meer thuis en ondanks dat ze nog niet precies wist wie of wat ze er nou eigenlijk zocht, wist ze algauw dat ze er niet meer zonder zou kunnen. Intussen rondde ze haar studie Nederlands af. Een maandenlange trektocht door China en Indonesië riep de vraag op of er geen werk was dat aantoonbaar meer nut had dan het werk van Neerlandica. Via het stadsmonnikenproject van Pastoor Bernard Zweers in Amsterdam en een jaar vrijwilligerswerk bij een kloosterorde onder straatkinderen in India, werd de interesse van Van der Schot voor het kloosterleven steeds meer gewekt. Zo volgde uiteindelijk de beslissing om voor onbepaalde tijd in het klooster van de Fraternités Monastiques de Jérusalem in Parijs in te treden.

De vragenronde na deze inleiding gaf direct voldoende stof voor discussie. Zo werd vanuit het publiek de vraag gesteld wat de relevantie van het kloosterleven voor de samenleving is. “Kunnen we onze tijd niet veel beter besteden aan een betere wereld, aan mensen die onze hulp hard nodig hebben?” Op de stelling: “Wanneer je jezelf afzondert in een klooster, ontloop je je maatschappelijke verantwoordelijkheid,” werd dan ook gemengd gereageerd. Eén van de aanwezigen gaf aan de ervaring te hebben dat monniken over de hele wereld wel degelijk betrokken zijn bij het lot van hun medemensen. Anderen bleven van mening dat het leven in een klooster teveel draait om het met jezelf bezig zijn. In een reactie gaf Van der Schot aan dat het bidden van monniken en het aanbieden van dagelijkse vieringen en stilte ook van belang is voor de samenleving. Tegelijkertijd bevestigde zij dat veel monniken wel degelijk zeer praktisch bezig zijn met hulp bieden aan anderen, al verschilt dat per orde.

Na de pauze werd eerst de “Canon in D” van Johann Pachelbel ten gehore gebracht. Hierna ging Van der Schot onder meer in op de vraag wat het bidden in een klooster precies inhoudt. Vier uur bidden per dag, betekent dat ook werkelijk dat je vier uur lang “met God aan het praten bent”? En wat bid je precies? De spreekster gaf aan dat die vier uur gebed voor een groot deel ook bestaat uit stilte. Alleen maar stil zijn, en bijvoorbeeld een Bijbelgedeelte op je in laten werken. Volgens haar is deze stilte bijzonder belangrijk voor het dagelijkse leven. De vraag kwam op hoe je dit toe kan passen wanneer je niet in een klooster leeft, maar bijvoorbeeld druk bent met een baan of kinderen. Van der Schot gaf aan dat lastig te vinden, zeker nu ze zelf weer “gewoon” in Amsterdam woont en een baan als docent heeft. Je moet bewust je tijd indelen, bijvoorbeeld door in het weekend niet meer dan één afspraak te plannen, of niet altijd een cd-tje op te zetten. Het dagelijkse gebed vereist discipline, zeker wanneer je er alleen voorstaat. Wat dat betreft verschaft het kloosterleven betere randvoorwaarden voor een biddend leven dan de drukte van alledag.

De avond bleek te kort te zijn om alle vragen en onderwerpen te kunnen bespreken. Rond 10 uur werd Suzanne van der Schot bedankt voor haar inspirerende bijdrage aan het debat. Velen bleven nog om wat te drinken en na te praten en het was al laat voordat de stilte weer terugkeerde in de Hillegondakerk.