Betrokken politiek

Verslag van het debat met Jan Pronk op 26 februari 2008

Dinsdag 26 februari was Jan Pronk te gast bij het vijfde Hillegondadebat. In een volle Hillegondakerk sprak hij openhartig over de lessen hij geleerd heeft in zijn lange politieke carrière, over ontwikkelingssamenwerking en over de huidige politieke situatie in Nederland.

Als leermeesters in zijn carrière noemde Pronk hierbij de econoom theoloog Harry de Lange, hoogleraar Jan Tinbergen en oud-premier Joop den Uyl. “De Lange leerde mij steeds opnieuw de uitdaging aan te gaan om te streven naar een verantwoordelijke maatschappij, waarin de confrontatie tussen politiek en ethiek niet uit de weg wordt gegaan. Tinbergen zei altijd: ‘als je denkt, maak het dan operationeel’, terwijl Den Uyl leerde ‘als je wat doet, denk dan altijd na, reflecteer of dit het juiste is om te doen’. In de jaren dat ik samenwerkte met Tinbergen en Den Uyl heb ik dan ook het belang leren inzien van het expliciteren van mijn doelstellingen en principes. Hierbij was het vooral Den Uyl die zich afvroeg wat het effect van een bepaalde politieke keuze zou zijn op het mogelijke slachtoffer van deze beslissing. Den Uyl stelde zichzelf ten doel te overwegen wat het effect van de maatregel zou zijn op juist diegene die het minste in staat is om deze maatregel te beïnvloeden, op de onderklasse –de voiceless.” Pronk gaf hierbij aan zelf ook altijd gestreefd te hebben naar het steeds opnieuw ter discussie stellen van de vanzelfsprekendheid van macht door als referentiekader de allerarmsten te nemen. “Om echt rentmeester te zijn, moet je jezelf kwetsbaar opstellen en verantwoordelijk, accountable durven zijn voor je beslissingen.”

Tijdens het debatgedeelte van de avond antwoordde Pronk op een vraag uit het publiek over de situatie in Afghanistan dat het van groot belang is “altijd in gesprek te blijven met alle partijen, bewegingen die er nu zijn en de aandacht opeisen”. Hierbij wees Pronk specifiek op de Taliban, Hamas en de Islamic Courts in Somalië, partijen waar momenteel iedere vorm van gesprek en onderhandeling mee afgebroken is. “Het is juist in deze tijd van belang om bruggen slaan naar steeds radicalere groeperingen. Enkele decennia geleden gingen de meeste conflicten vooral over sociaal-economische zaken, terwijl het nu steeds meer om identiteit, etniciteit of religie gaat. Alleen al om deze reden worden de conflicten steeds moeilijker beheersbaar. Identiteit wordt vaak negatief gedefinieerd, het disrespect of de haat voor de ander, maakt de eigen identiteit sterker. De identiteit als anti-identiteit stelt ons voor een vraagstuk dat veel ingewikkelder is dan de sociaal-economische uitdaging.”

Pronk ging tijdens de avond het debat over de huidige politieke situatie niet uit de weg. “In de politiek lijkt het soms wel alsof er gespeeld wordt met de angst voor de ander. Door veel politieke leiders is er de afgelopen jaren sterk gepolariseerd. Veel tegenstellingen zijn door de politiek van bovenaf in de samenleving ingebracht. Dit terwijl we in veel internationale conflictsituaties juist het gevaar zien van deze vorm van leiderschap. Verkeerd leiderschap heeft in Kenia en ook in Bosnië tot grote consequenties geleid waarbij de leiders de vonk waren die het land in brand stak.” Toch legde Pronk de verantwoordelijkheid niet enkel bij de politiek. “Iedereen is in zijn of haar omgeving een leider, en van groot belang in het slaan van een brug naar de ander. Opkomen voor minderheden in de samenleving en het ingaan tegen de polarisatie die we momenteel in de politiek zien is een uitdaging waarvoor iedereen zich gesteld ziet. De ander, je naaste doet een beroep op je en heeft je nodig. Hierin kun je je niet afzijdig houden of selectief zijn, het is de ander die om je hulp vraagt.”

Aad van der Hoeven leverde een muzikale bijdrage aan de avond door een gedeelte uit het Weihnachtsoratorium van J.S. Bach te spelen en de avond werd zoals altijd afgesloten met een drankje.