Het niveau van een plat land

Verslag van het debat met Cees Veerman en Eginhard Meijering op 22 april 2008

Dinsdag 22 april werd het zesde HillegondaDebat gehouden. Hierbij gingen oud minister Cees Veerman en hoogleraar theologiegeschiedenis Eginhard Meijering met elkaar in debat over het klimaat in de Nederlandse samenleving. Het debat had de titel ‘Het niveau van een plat land’.

Beide sprekers constateerden dat de Nederlandse samenleving de laatste decennia in toenemende mate sprake is van vervreemding. De leegte die ontstond met het wegvallen van de verzuilde samenleving is nooit meer opgevuld door een ander systeem waarbij burgers zich betrokken voelen. Oud minister Veerman sprak van vervreemding van het mythische. Volgens hem is Nederland de verwondering kwijt geraakt: er is geen ruimte meer voor zaken die onzichtbaar zijn. Ook constateerde hij vervreemding van wat de natuur en mensen voortbrengen. De onbarmhartigheid van de natuur, die soms voor enorme natuurrampen kan zorgen, lijkt voor veel mensen niet meer als een gegeven beschouwd te worden. Naast vervreemding constateerde Veerman een hoge mate van verwarring. Nederland weet bijvoorbeeld nauwelijks raad met nieuwe religies. De verwarring wijt Veerman mede aan de verschuiving van de middenklasse. Vroeger was deze middenklasse substantieel, tegenwoordig wordt deze groep steeds kleiner. De uiterste groepen in de samenleving worden daarentegen juist groter. Dit zorgt voor extremen die tegenover elkaar komen te staan. Als derde fenomeen in de Nederlandse samenleving sprak Veerman over angst. De angst verlamt mensen meer en meer. Waar vanzelfsprekendheden wegvallen, ontstaat angst voor alles wat anders is. De oorzaak hiervoor is volgens Veerman mede dat vanzelfsprekende instituties zoals politieke partijen en de kerk niet meer als gezaghebbend worden beschouwd. Mensen hebben volgens hem sturende instituties nodig die een opvoedende werking hebben.

Hoogleraar theologiegeschiedenis Meijering ging met name in op het verdwijnen van de kerk als gezaghebbend instituut uit de Nederlandse samenleving. Nederland was 200 jaar geleden nog het meest kerkse land van Europa. De leegloop die heeft plaatsgevonden is volgens hem niet te wijten aan meningsverschillen binnen de kerken. Discussies horen juist bij kerken die het goed doen. Die kunnen het zich permitteren om in debat te gaan. Ook de toenemende invloed van het natuurwetenschappelijk denken is volgens Meijering niet de belangrijkste oorzaak van het vertrek van veel mensen. De hoofdoorzaak voor de leegloop van kerken is volgens hem gelegen in het inadequate reageren van de kerken op de jaren zestig van de vorige eeuw. Men schrok van alle ontwikkelingen maar was onkritisch. Van de weeromstuit ging de kerk zich daarom veel te snel aanpassen aan allerlei nieuwe ontwikkelingen. Algemene termen als ‘vrede’ en ‘gerechtigheid’ die zo ongeveer door ieder mens als nastrevenswaardig worden gezien, werden tot speerpunt van de boodschap van de kerk gemaakt. Hierdoor kon de kerk zich niet meer onderscheiden van allerlei maatschappelijke belangengroepen. Veel Nederlanders zagen de meerwaarde van de kerk dan ook niet meer in.

In reactie op een vraag van een bezoeker stelde Veerman dat hij als minister altijd bewust liet merken waar hij voor staat. Zijn christelijke wortels klonken door in zijn toespraken voor zijn ministerie en in de Tweede Kamer. Veerman vertelde absoluut geen tegenstander te zijn van andere religies. Maar de wetten van het land moeten altijd blijven gelden. Politieke partijen moeten daarom waken voor onverschillige tolerantie van allerlei religies. Die tolerantie is namelijk niet meer dan wegkijken. Cynisme en onverschilligheid ten opzichte van elkaar leidt tot niets. Volgens Veerman moet het CDA een duidelijke christelijke koers varen. Het verlies van zetels moet het CDA dan maar voor lief nemen. Wanneer er geen sprake meer is van christelijke geïnspireerde politiek, verschraalt de partij, aldus Veerman.

Volgens Meijering moeten kerken kiezen voor de strategie van het overwinteren. Daarbij moeten zij zich bewust zijn van hun dalende ledenaantal. Kerken moeten hun eigen identiteit bewaken en de belangrijke christelijke thema’s durven benoemen. De kerk moet echter niet gaan moraliseren. Kerken moeten er ook voor waken in alles de overeenkomsten met andere godsdiensten te zoeken. Wanneer ze dat doen valt hun onderscheidende bestaansrecht weg. Vanuit een humanistische argumentatie moeten kerken tegelijk echter alle ruimte bieden aan andere religies in de samenleving.

Veerman herkent de fouten die gemaakt worden in de kerken ook in de politiek. Het ontbreekt vaak aan het geven van ruimte aan elkaar. Er is behoefte aan vastigheid in de samenleving maar die ontstaat niet door machtsverwervers. Te veel politici zijn uit op hun eigen gewin. Ze willen macht en graag zo snel mogelijk. Dat leidt tot hyperig gedrag waarbij Kamerleden over de meest onbenullige zaken Kamervragen gaan stellen. Doordat politici dit soort gedrag vertonen, keren veel burgers zich af van het politieke systeem. Dat is volgens Veerman bedreigend. Want niet het politieke systeem is verkeerd, maar de politici die binnen het systeem functioneren. Wat Nederland volgens Veerman bedreigt is dat we de democratie veronachtzamen.